Vetten!

Vetten hebben over het algemeen een slechte naam. Niet gek, want we willen juist altijd af van dat vet aan ons eigen lijf. Vet wordt in de volksmond geassocieerd met dik en met ongezond. Maar kloppen al die beweringen wel? Waarom is het nou zo belangrijk om toch echt vetten te hebben in ons dieet?


De rol van vetten.

Vet heeft één hele belangrijke eigenschap: het houd niet van water. Dit wordt ook wel hydrofoob genoemd (hydro = water, foob = 'angst' ; oftewel een fobie voor water). Wanneer je een vette pan wilt afwassen zie je dat het vet zich verzamelt op het water. Herken je dit niet? Probeer maar eens een druppeltje olie op te lossen in water! Je zult hetzelfde effect zien. Het mengt zich namelijk niet met het water. Dit komt omdat vet water van zich afstoot. Waarom is deze eigenschap nou zo belangrijk? Binnen ons lichaam spelen vetten een grote rol in de celwanden van al onze lichaamscellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de cellen van onze spieren, maar ook van onze organen en wanden van onze bloedvaten. Deze cellen vormen gezamenlijk ons 'weefsel' en zorgen ervoor dat wij vorm hebben. Een groot deel van ons lichaam bestaat uit water, namelijk gemiddeld 55-60%! Wanneer wij in principe geen vet zouden hebben zouden al onze lichaamscellen zonder pardoes oplossen in dat water en zouden wij in principe een hoopje bot met water en opgeloste stofjes zijn! Dat zou er toch maar raar uitzien, toch? Gelukkig maar dat ons lichaam slim genoeg is om gebruik te maken van die hydrofobe eigenschap!



Verder heeft vet nog een aantal nuttige eigenschappen! Rondom onze organen is bijvoorbeeld standaard een klein laagje vet aanwezig. Dit beschermt onze organen tegen schokken en stoten zodat wij daar zelf niet al te veel rekening mee hoeven te houden. Daarnaast is er altijd een laagje vet aanwezig onder onze huid. Dit zorgt ervoor dat we het minder snel koud hebben doordat hij ons als het ware isoleert. Ook is vet een zeer goede opslag van energie in ons lijf! Zoals ik in een voorgaande blog over "Energie en Gewicht" heb beschreven levert één gram vet al 9 kilocalorieën. Dit is de dubbele hoeveelheid energie in vergelijking met eiwitten of koolhydraten. Dit maakt dat vetten dé ideale opslag van energie is. Je kan een grote hoeveelheid energie in een redelijk kleine hoeveelheid grammen vet opslaan. Dat scheelt een hoop ruimte én gewicht!


Verzadigd en onverzadigd vet

Wanneer je informatie gaat opzoeken over vetten kom je deze twee termen eigenlijk altijd tegen. Maar wat betekent het nu? Het heeft te maken met de structuur van de vetten. Je kan het vergelijken met een lange kralenketting. Wanneer de hele ketting vol is met kralen is de ketting 'verzadigd' oftewel er past helemaal niets meer bij. Wanneer één of meerdere kralen ontbreken geldt dit niet meer en is de ketting 'onverzadigd', er passen op dat moment nog kralen bij.


Wat heeft dit nou te maken met onze voeding? Voeding bestaat eigenlijk nooit uit alleen máár verzadigde vetten of alleen máár onverzadigde vetten. Het is eigenlijk altijd een mix van van alles door elkaar! Wanneer een voedingsproduct meer verzadigde dan onverzadigde vetten bevat, heeft dit product zo goed als altijd een vaste structuur bij kamertemperatuur (denk bijvoorbeeld aan vlees, kaas en roomboter). Wanneer een voedingsproduct meer onverzadigde dan verzadigde vetten bevat, heeft dit product eigenlijk altijd een zachte tot vloeibare vorm (denk aan olijfolie of margarine). Ik zeg hierbij bewust 'bij kamertemperatuur' omdat dit de vuistregel is waarbij het product wordt vergeleken. Wanneer je roomboter namelijk verhit, zal het smelten en is het vloeibaar en wanneer je margarine in de koelkast zet wordt het hard. Het principe van vast en vloeibaar kan simpel worden verklaard. Een verzadigde kralenketting is stug en stroef en amper tot niet buigzaam. Wanneer er meer en meer kralen missen wordt de ketting steeds buigzamer omdat er steeds meer ruimte vrijkomt.

Verder is het handig om te onthouden dat in principe alle producten van dierlijke oorsprong meer verzadigde vetten bevatten, en dat alle producten van plantaardige oorsprong meer onverzadigde vetten bevatten. Er zijn echter een paar uitzonderingen op deze regel. Vis, een dierlijk product, bevat namelijk juist meer onverzadigde vetten, en kokos(olie), een plantaardig product, bevat juist meer verzadigde vetten.


Bekende vormen van onverzadigde vetzuren die extra belangrijk en goed voor ons zijn, zijn de Omega-3 vetten (ook wel visvetten genoemd). Deze vind je vooral in vette vis (zoals zalm, makreel en haring), maar ook sommige zaden (bijv. chiazaad en hennepzaad) en bepaalde noten bevatten Omega-3 vetten!